Pleidooi voor Hubert Möllenkamp

10 Dec

vvd

Ik wil het opnemen voor Hubert Möllenkamp. Hoewel ik zijn gedrag veroordeel spelen er omstandigheden mee die zijn gedrag kunnen verklaren.  

 

Het oordeel van de rechtbank

Voormalig directeur Möllenkamp van de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale is donderdagochtend door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot tweeënhalf jaar onvoorwaardelijke celstraf. Hij heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het ontvangen van steekpenningen, witwassen en meineed. Het Openbaar Ministerie (OM) had drie jaar cel tegen Möllenkamp geëist.

Smeergeld

Möllenkamp heeft zich volgens de rechtbank als corporatiedirecteur langdurig en grootschalig smeergeld laten betalen. Twee ondernemers die terechtstonden wegens de omkoping van Möllenkamp zijn ook veroordeeld door de rechtbank.

De levenspartner van Möllenkamp, Alberdina V., hoeft van de rechtbank niet de cel in. Zij moet wel een taakstraf van 240 uur uitvoeren. Het OM had tegen haar drie maanden geëist.

Schaamteloos

Möllenkamp nam volgens de rechters het initiatief voor de corruptiepratijken. Ondanks de ‘voorbeeldfunctie’ die hij naar het oordeel van rechters als directeur van een sociale woningbouwsinstelling had moeten vervullen, heeft Möllenkamp volgens hen ‘schaamteloos’ gefraudeerd. Het motief hiervoor van Möllenkamp is de rechtbank na zeven jaar strafproces ‘niet duidelijk’ geworden. Wel constateert de rechtbank dat Möllenkamp kennelijk de behoefte had om ‘ver boven zijn stand te leven’.

Strafverzwarend vindt de rechtbank het dat Möllenkamp ‘geen enkel schuldbesef’ heeft getoond. De lange duur van de rechtsgang levert Möllenkamp een strafkorting op.

Mijn pleidooi

Het frauderen, het witwassen, het ontvangen van steekpenningen, het plegen van meineed, dat alles zonder enige schaamte of schuldbesef, is normaal gedrag in de kringen waarin Hubert Möllenkamp verkeert en verkeerde.
De ene minister en staatssecretaris na de ander moet opstappen na exact hetzelfde gedrag. Binnen de regeringspartij VVD ben je een uitzondering wanneer deze praktijken niet tot jouw dagelijkse handel en wandel behoren. Zo af en toe moet iemand het veld ruimen, maar het grootste deel van de Harry Mensen die zich op deze wijze schaamteloos verrijken loopt gewoon vrij rond. Binnen zijn kringen viel het gedrag van Hubert Möllenkamp geenszins op. Binnen die kringen was zijn gedrag normaal.

Sinds de oprichting van de VOC kent ons land de mores van de handel. Die mores staan haaks ten opzichte van eerlijkheid, integriteit, transparantie en mededogen. Die mores staan hoog in het vaandel van de VVD in het algemeen en onze minister-president in het bijzonder.
Wanneer je gevoelig bent voor rijkdom, luxe en aanzien (in bepaalde kringen) neem je de mores van de VVD gemakkelijk over. Jouw rolmodellen zijn de handige jongens van het zakenleven en hun vrindjes in ambtelijke sferen, zonder wie dit alles niet mogelijk zou zijn.

Hubert Möllenkamp heeft aangekondigd tegen het vonnis van de rechtbank in beroep te zullen gaan, en dat kan ik mij goed voorstellen. De kans dat je in Nederland rechters tegen het lijf loopt die er net zo over denken als deze drie rechters in Amsterdam is niet zo groot, en de kans dat je in hoger beroep rechters treft die tot jouw kringen behoren, zich in jouw achtergrond en motieven kunnen verplaatsen, is (helaas) aanzienlijk.

Jaap van der Wijk

Advertenties

De Wet Mulder – Een juridisch wangedrocht

11 Jan

 

Uit het Woordenboek Juridische Terminologie en Politiejargon:
“Wet Mulder. Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, door juristen de lex Mulder gedoopt. Wet die een aantal verkeersovertredingen van het strafrecht naar het bestuursrecht overhevelde. De wet is genoemd naar mr.dr. Albert Mulder (1916-1995), secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en lid van de Raad van State.
Wie nu een Mulder-overtreding begaat krijgt een bestuurlijke boete. De Officier van Justitie (OvJ) geldt als bestuursorgaan en heeft het recht van parate executie. Wie niet betaalt zal hierdoor via een deurwaarder met executiemaatregelen worden geconfronteerd. Niet op tijd betalen kan er ook toe leiden dat de boete(s) hoger worden. Wie van mening is dat de boete onterecht is opgelegd, kan bezwaar aantekenen bij de OvJ. Wordt dit afgewezen, dan kan de burger naar de kantonrechter van de rechtbank stappen. Deze neemt echter de zaak pas in behandeling indien als zekerheid de boete voldaan is. Deze zekerheidsstelling is uitermate controversieel, aangezien on- en minvermogenden dit niet kunnen opbrengen. Mocht de burger door de OvJ of bij de kantonrechter in het gelijk gesteld worden krijgt hij de betaalde boete terug. Mocht hij in het ongelijk worden gesteld dan staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Leeuwarden.

Een ander zwak punt van de ontworpen procedure is de parate executie die bijvoorbeeld ook door de politie kan worden uitgevoerd. Een bestuurder die een boete niet betaald heeft kan daarvoor gesignaleerd worden in het opsporingsregister en de politie kan bij aantreffen van deze persoon het voertuig waar hij op dat moment in rijdt als zekerheid voor het betalen van de boete inbeslagnemen. Dit terwijl, in voorkomende gevallen, nog niet is komen vast te staan of een dergelijk boete rechtmatig opgelegd is geweest. De ontworpen procedure doet daarmee ernstig afbreuk aan bepaalde waarborgen van een goede procesorde, zoals de onschuld-presumptie en het gematigd inquisitoir karakter van het Nederlandse strafrecht. Formeel zou betoogd kunnen worden dat te dien aanzien het bestuursrecht op zogenaamde Mulder-overtredingen van toepassing is en niet het strafrecht, maar dit is evenzeer een oneigenlijke constructie als de fiscalisering van parkeerboetes.”

“Registercontrole van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW). De RDW mag vanuit het kentekenregister de APK-vervaldatum controleren en de kentekenhouder zonder meer een beschikking (bekeuring) sturen als blijkt dat het kenteken niet geschorst is en de APK verlopen is. Het strafbare feit hoeft dus niet feitelijk te worden geconstateerd, bijvoorbeeld door middel van geflitst worden of politiecontrole.
Sinds de invoering van de Wet Mulder en de registercontrole van de RDW worden er jaarlijks klachten gedeponeerd bij de Nationale Ombudsman. Voor ongeveer 35 van deze klachten over boetes heeft de Nationale ombudsman de RDW in 2010 via interventie gevraagd om de zaken te beoordelen op hun schrijnendheid. In de gevallen die als schrijnend werden beoordeeld, heeft de RDW voor nog openstaande boetes correctieverzoeken ingediend bij het CJIB en/of de CVOM, en, indien relevant, de Belastingdienst benaderd. In een meerderheid van de gevallen bleek de RDW hiertoe bereid. In een aantal gevallen wees de RDW dit verzoek af, bijvoorbeeld als betrokkenen heel lang geen actie hadden ondernomen om een en ander recht te zetten ondanks berichtgeving van de RDW en men ook geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar en eventueel beroep in te stellen tegen de opgelegde boetes.”

Het wangedrocht: de juridische constructie van de Wet Mulder
Vóór 1989 vielen alle verkeersovertredingen onder het strafrecht. De Wet Mulder heeft de meest eenvoudige en veelvuldig voorkomende overtredingen, zoals te hard rijden, bumperkleven, door rood rijden, foutparkeren, verlopen APK, overgeheveld naar het bestuursrecht. De bestraffing van verkeersovertredingen valt zodoende niet langer onder de regels van het Wetboek van Strafrecht en -Strafvordering, maar onder die van de Awb (Algemene wet bestuursrecht), naast de WvW (Wegenverkeerswet) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
Ondanks de overheveling naar het bestuursrecht is de relatie met het strafrecht blijven bestaan. Wanneer de boete niet wordt betaald, kan de burger immers worden opgenomen in het opsporingsregister, kan de politie het voertuig in beslag nemen, kan het rijbewijs van de burger worden ingenomen en kan de burger worden gegijzeld. Hij wordt dan voor maximaal 7 dagen opgesloten.

Dit alles als dwangmiddel, en in bepaalde gevallen zonder dat in rechte is komen vast te staan of de sanctie rechtmatig is opgelegd. De politie als handhaver van het bestuursrecht, de penitentiaire inrichtingen als uitvoerder van het bestuursrecht. Er wordt ernstig afbreuk gedaan aan de waarborgen van een goede procesorde, en daarmee is de Nederlandse rechtsorde verworden tot die van een bananenrepubliek. Bestuursorganen kunnen immers in principe geen vrijheidsstraf opleggen. Voor de vorm noemen we de vrijheidsbeneming dan ook geen “hechtenis” maar “gijzeling”.
Alvorens de Wet Mulder werd ingevoerd hebben de juristen van het Ministerie van Justitie zich gebogen over de vraag of de wet strookt met de vereisten van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Men kwam tot de conclusie dat dit wel het geval was. Er was immers hoger beroep mogelijk, en dus een tweede rechtsgang.
In de praktijk is deze tweede rechtsgang echter niet mogelijk voor on- en minvermogenden. Wanneer iemand ten onrechte een Muldersanctie opgelegd krijgt, kan hij daartegen slechts in beroep gaan wanneer er zekerheidsstelling heeft plaatsgevonden, dat wil zeggen dat het bedrag van de sanctie is betaald.

Afgezien van het feit dat niemand staat te springen om een boete te betalen voor een overtreding die men niet heeft begaan, zijn de meeste on- en minvermogenden financieel niet in staat om een boete te betalen. Hun budget laat dit niet toe. Sociale diensten weigeren om een lening te verstrekken die bedoeld is voor zekerheidsstelling. Kantonrechters verklaren vrijwel elk beroep niet-ontvankelijk wanneer aan de zekerheidsstelling niet is voldaan.
Uit diverse verslagen en rapporten blijkt dat er in Nederland sprake is van armoede en dat een deel van de bevolking al jaren onder de armoedegrens leeft. In de praktijk betekent dit dat voor een deel van de bevolking wegens geldgebrek geen tweede rechtsgang (beroep) mogelijk is, hetgeen in strijd is met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVMR).

Het wangedrocht: de uitvoering van de Wet Mulder
De uitvoering van de Wet Mulder is uitbesteed aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Het CJIB beschikt over de bovengenoemde controversiële dwangmiddelen om betaling van de al dan niet terecht opgelegde sancties te bewerkstelligen. Het CJIB is verplicht de opgelegde boetes te innen, maar in de wetgeving wordt nergens vermeld dat dit niet op een nette of professionele manier kan gebeuren.
Het CJIB is dus een incassobureau van de overheid, maar faalt als zodanig omdat het niet beschikt over de incassomiddelen die de belastingdienst bijvoorbeeld wél heeft. Veel on- of minvermogenden hebben hoge schulden en als gevolg daarvan is er beslag gelegd op hun loon of uitkering. Een deel daarvan, de zogenaamde beslagvrije voet, doorgaans 90% van de minimum-uitkering, wordt vrijgelaten om van te leven. Wanneer de belastingdeurwaarder, het incassobureau van de belastingdienst, een vordering heeft op de belastingplichtige, kan hij zonder gerechtelijke uitspraak beslag leggen op het loon of de uitkering van de belastingplichtige. De vordering van derden, bijvoorbeeld banken, wordt dan opgeschort totdat de belastingdienst het volledige bedrag van de belastingschuld heeft geïncasseerd.

Het voordeel van deze wijze van incasseren is dat deze betaling het toch al lage budget van de on- of minvermogende die van de beslagvrije voet moet rondkomen niet extra aantast.
Omdat het CJIB niet over deze mogelijkheid tot incasseren beschikt moet de betaling van de boetes dus wél direct uit het besteedbare budget van de on- of minvermogende komen, en dat leidt doorgaans tot schrijnende problemen.
De Nationale Ombudsman heeft in 2010 een aantal klachten ontvangen over de uitvoering van de Wet Mulder. Voor ongeveer 35 van deze klachten over boetes heeft de Nationale ombudsman de RDW in 2010 via interventie gevraagd om de zaken te beoordelen op hun schrijnendheid. In de gevallen die als schrijnend werden beoordeeld, heeft de RDW voor nog openstaande boetes correctieverzoeken ingediend bij het CJIB en/of de CVOM, en, indien relevant, de Belastingdienst benaderd. In een meerderheid van de gevallen bleek de RDW hiertoe bereid.

Alhoewel het CJIB dit niet in zijn correspondentie vermeldt, blijkt er dus voor de burger een mogelijkheid te zijn om toch zijn recht te halen. De Nationale Ombudsman functioneert in bepaalde gevallen als mediator. Dat is mooi, maar er is geen sprake van rechtsgelijkheid. Het besluit van de Nationale Ombudsman om de RDW over individuele gevallen te benaderen en het besluit van de RDW om aan het verzoek van de Nationale Ombudsman te voldoen is immers volstrekt arbitrair. Men heeft geen recht op optreden van de Nationale Ombudsman en men heeft geen recht op een weloverwogen besluit van de RDW. Het is een gunst, en niet meer dan dat. De één krijgt het wel voor elkaar, de ander – in exact dezelfde omstandigheden – niet.

De rechtsongelijkheid komt ook voort uit het feit dat wettige maatregelen, zoals de hoogte van de beslagvrije voet of de minimum-uitkering, geen financiële ruimte laten voor betaling van een boete of zekerheidsstelling, waardoor on- of mindervermogenden minder toegang tot het rechtssysteem hebben dan anderen. De overheid lijkt er bovendien – zeer ten onrechte – van uit te gaan dat iedereen wel een familielid of buurman heeft bij wie men een relatief klein bedrag voor betaling van een boete of zekerheidsstelling zou kunnen lenen. In veel gevallen kan dat echter niet, of maakt men om persoonlijke redenen geen gebruik van deze mogelijkheid.

Jaap van der Wijk,
Januari 2012

UPDATE 12 december 2014:
Bron: De Dagelijkse Standaard.
“De rijdende rechter heeft het he-le-maal gehad met het Centraal Justitieel Incasso Bureau, oftewel het CJIB. De reden? Het CJIB maakt de levens kapot van normale, de wet respecterende burgers. Zij werken, ze doen hun best, maken dan even een foutje en voila: hun hele leven ligt overhoop. Ze krijgen boetes van duizenden euro’s en daar komen dan nog eens extra kosten bij van vele duizenden euro’s meer.

De reden, zoals de rijdende rechter zelf ook uitlegt, dat het CJIB zo ver gaat en ondanks waarschuwingen van rechters geen maatregelen neemt om extra, nutteloos leed te voorkomen? Er gaat een heleboel geld in om. De rechterlijke macht heeft het kabinet al verschillende keren gewaarschuwd dat het zo niet langer kan – dat hele volksmassa’s tussen wal en schip belanden en hun toekomst in rook zien opgaan door het wangedrag van het CJIB – maar het heeft allemaal geen enkel effect.

Het CJIB spekt de staatskas jaarlijks namelijk met maar liefst één miljard euro. Voor zo’n bedrag doen onze politici alles. Ja, het kapotmaken van onschuldige, hardwerkende Nederlanders incluis.

Het is een schande dat dit zo vaak, zo ontzettend erg uit de hand loopt. Het doel van boetes is niet om de staat te verrijken, maar om ongewenst bedrag te bestraffen (en hopelijk dus bij te sturen). Jammer genoeg werkt het al tijden niet meer zo in ons land: Den Haag ziet de activiteiten van het CJIB als een fantastische manier om bakken met geld te ‘verdienen’ om de eigen hobby’s mee te betalen; als de burger dan totaal de vernieling ingaat, het zij zo.”

.
.

UPDATE 19 januari 2015: Bekijk de uitzending van Radar 
http://www.radartv.nl/uitzending/archief/detail/aflevering/19-01-2015/opgepakt-door-openstaande-boete/

Het kan altijd beter

11 Jan

Het Woordenboek Juridische Terminologie en Politiejargon is een nimmer eindigend project. De taal is een dynamisch fenomeen en er komen vrijwel dagelijks nieuwe begrippen bij.

Om er voor te zorgen dat het Woordenboek Juridische Terminologie en Politiejargon steeds up-to-date blijft, wil ik de lezers van dit blog vragen het woordenboek te lezen en hier, in de reactieruimte, suggesties voor nieuwe begrippen (en zo mogelijk de omschrijvingen ervan) achter te laten. Ook verbeteringen en aanvullingen op bestaande begripsomschrijvingen worden op prijs gesteld.

Bij voorbaat dank!

Jaap van der Wijk